Net als andere fokkers had ook ik de wens ooit een keer een eigen dekkater aan te schaffen. Maar aangezien wij in een relatief drukke woonwijk wonen, wilde we ook rekening houden met de buren. Katers kunnen zich (soms) behoorlijk laten horen. Dus bleef de wens voorlopig een wens. Tot het moment dat mijn dierbare vriendin Karin Geerdink van cattery Håret Landstryker aanbood dat “hij” (de kater) wel bij haar mocht wonen gedurende zijn kater zijn. Wauw, wat een aanbod, ik was (en ben) er nog altijd stil van. Karin en Paul (mijn man) gingen direct nadenken over een kat- en katerwaardig buitenverblijf.

 

Omdat Karin een prachtig stukje Nederland bewoont, vonden we het belangrijk dat het moest passen in het landschap.

GroteGeer


Maar op welke plek moest het gebouwd worden qua windzijde, zichtzijde? Welke materialen wilden we wel en niet gebruiken? Hoe groot, hoe breed, hoe hoog moest het worden? De fantasie kreeg de vrije hand en sloeg soms lichtelijk op hol, maar uiteindelijk kreeg het zijn vorm. Een fraai buitenverblijf zou het worden van 6 x 4 meter en 3,5 meter hoog, inclusief hooizolder en klimmogelijkheden. We hebben hem naast de “Skjul” (katerverblijf) gebouwd van Karin, zodat “de mannen”met elkaar kunnen communiceren. Allemaal hebben ze hun eigen binnen- en buitenverblijf, maar als goede buren wordt er heel wat afgekletst door Nor, Thorgill en Lothar.

 

Toen kwam de zoektocht naar de juiste materialen. Eerst op zoek naar balken van de juiste dikte en de juiste lengte. De palen die in het midden van de ren zouden komen moesten een respectabele lengte hebben en die vindt je niet overal. Maar met geduld en doorzettingsvermogen kom je een heel eind en balken, palen, latten, gaas, schroeven, lijm, cement, alles werd vergaard.

Paul nam vakantie op en ging aan het graven, zagen, palen bewerken en in cement storten en langzaam aan groeide het geraamte.